30 september, 2007

Iemand anders

Zodra die slaapkamerdeur dicht is en ik ben alleen, dwalen mijn gedachten weer af en wel te verstaan naar hem. Hij is een jongen van wie ik veel kan leren, en niet alleen omdat hij een niveau hoger zit dan ik, maar ook gewoon omdat hij mij interesseert. Hij is anders dan de andere jongens, hij is iemand anders. En die iemand anders hoort bij mij.

De grappen, de humor en de lach, onderwerpen die vaak in verband met elkaar worden gebracht maar toch soms ook los van elkaar staan. Het laatste komt bij hem niet voor. Hij heeft de humor, hij maakt de grappen en hij heeft een leuke lach. Daar komt bij dat hij gewoon een ontzettend knappe kop heeft. Grappen die voor mij soms een beetje ver gaan, maar dan alsnog, hij maakt het toch altijd weer goed. Met die leuke lach.

En de ogen, ik denk niet dat ik ooit zulke mooie ogen heb gezien, die grijs-blauwe ogen. En ze zijn van hem. De ogen die, in tegendeel tot de mijne, veelzeggend zijn. Ogen, ogen, ogen, ogen, je zou haast zeggen dat ik geobsedeerd ben. Maar mijn obsessie is lang niet zo groot voor z’n ogen dan voor zijn doen en laten. Als je dat een obsessie kan noemen.

Van lach en ogen, dus uiterlijk, ga ik even over naar gevoel, dus innerlijk. Hij is lief, zorgzaam, houdt van me zoals ik ben, accepteert me zoals ik ben en hij staat altijd voor me klaar. Hij zegt die dingen meestal niet, maar toch weet ik het. Vrouwelijke intuïtie. Het leukste vind ik dat de kleine dingen die hij doet groot genoeg voor mij zijn. Less is more zeggen ze toch? Zoals een kus op m’n hand. Het is een ongelooflijk lief gebaar, en dan keer ik even terug naar de ogen, hoe hij er dan ook bij kijkt. Onbeschrijfelijk.

En interesses, hij houdt van dezelfde dingen als ik. Okee, we zijn eigenlijk heel verschillend van elkaar. Hij heeft een andere muzieksmaak dan ik, hij vindt dat ik te weinig eet, terwijl ik dat toch echt normaal vind en hij heeft een klein beetje andere humor. Maar dat hij in die dingen anders is dan ik doet me niks, ik hou ook van hem zoals hij is en ik accepteer hem ook zoals hij is.

En omdat ik weet dat ook hij dit leest, vind ik dat ik toch even moet zeggen dat ik écht heel veel van hem hou, dat ik ook heel veel om hem geef, dat ik hem écht niet meer kwijt wil, dat ik niet zonder hem kan, dat hij de enige jongen is die écht belangrijk voor me is en dat ik uitdroog als het uitgaat vanwege de hoeveelheid tranen die ik laat lopen. En niet onnodig.

"Tonight there'll be some love,
Tonight there'll be a ruckus yeah,
Regardless of what's gone before,
I want to see all of the things that we've already seen."

The View From The Afternoon - Arctic Monkeys

23 september, 2007

En daarom was het zo leuk

Daarom was het zo leuk. Leuk. Was het leuk? Ja het was leuk. Wat was er zo leuk eigenlijk?

Het leuke gedeelte van die dag was de afspraak, en natuurlijk zijn lach, maar ik moet zeggen dat zijn ogen ook heel mooi zijn. De afspraak voor zaterdagnacht. Zaterdagnacht, die nacht, die afspraak, ik moest wel. Zijn lach, of zijn ogen, die mij overhaalde, mijn gedachten die zeiden dat ik een keer iets geks moest doen. Dingen die niet mogen, ik heb de gewoonte om die dingen altijd in de nacht te doen. De nacht, niet de vroege ochtend, niet om een uur of 4, 5 maar rond een uur of 1, 2.

Die zaterdag, die drukke dag, ik moest opschieten ’s avonds. Opschieten, omdat die afspraak, ja die was al gemaakt. Ik mocht niet te laat komen, maar ik moet wel heel langzaam zijn om te laat te komen als het nog maar 21.00h is. De afspraak was rond een uur of 01.00h. Ze zullen me voor gek verklaren, wie maakt er in godsnaam een afspraak voor 01.00h? 01.00h, niet echt een van de normaalste tijden, maar als je uitgaat is het toch juist dé tijd om er heen te gaan… dus waarom dan niet voor een simpelweg eenvoudige afspraak. Okee, ik zal je zeggen, eenvoudig was het niet. Het was totaal het tegenovergestelde van eenvoudig, er kwamen heel wat voorbereidingen aan te pas. Inpakken, klaarleggen, weten dat het niet mag, dus verstoppen. En ga zo maar door.

Buiten, in de nacht, op 22 september 2007, wie had dat gedacht? Het bleek dat de afspraak niet door ging, en dus eindigde de drukke, leuke zaterdag en begon een koude, pijnlijke zondag. De drank, die die zondag was genuttigd heeft geholpen om de koude lucht buiten minder koud te laten voelen. Achteraf gezien was de zondag dus niet echt koud, maar het was ook gewoonweg een leuke nacht. Wat er werd gedaan om het leuk te houden was frituren. En natuurlijk passeerden die hapjes ook mij. Maar als je aangeschoten bent, en je zoiets ruikt, ga je spontaan over je nek. Gelukkig was dat bij mij nog net niet het geval. Nèt niet.

Zoals ik al had gezegd was de zondag niet alleen koud maar ook pijnlijk. Pijn, je kent het wel; je wordt geschopt, geslagen of je valt, noem het maar op. Ik heb een pijn opgelopen die je niet zomaar oploopt, zo’n diepgaande pijn, die dagen lang volhoudt. Ik heb in lange tijd niet zo’n pijn gehad, ik heb er nog last van. Ja wat wil je met een gigantische blauwe plek op je bovenarm, met schram en al. Bloed kwam gelukkig niet van te pas. Het gehele plaatje van het pijnverhaal was leuk, totdat de pijn tevoorschijn kwam.

Uiteindelijk kwam ook aan de zondagnacht een einde, en brak de zondagmorgen aan, en als je om 02.30h in je bed ligt, vind je het echt niet prettig als je om 07.20h al weer wakker gemaakt wordt, en dat op een zondagmorgen. Totaal geen zondagochtend-gevoel dus.

16 september, 2007

Ziek

Zo zit je samen lachend de kantine door te nemen op je eigen plek, en zo krijg je te horen dat je vriendin ernstig ziek is. Hoe ga je daar mee om?

Ze was al ziek, maar ik heb er eigenlijk nooit aandacht aan besteed. Ja misschien de eerste weken, maar daarna niet meer. Waarom? Het trok mijn aandacht niet meer… We zaten bij elkaar in de klas van klas 1 tot klas 4. We waren vriendinnen, ze is zelfs een keer bij me komen eten.

Mijn vriendinnen en ik vonden het sowieso jammer dat ze weer terug ging naar het Berechja College op Urk, en toen we hoorden dat ze leukemie had schrokken we natuurlijk allemaal. En een paar dagen geleden horen we allemaal dat ze op sterven ligt. Dat was de een na grootste schok van m'n leven. Je krijgt niet dagelijks te horen dat een van je vriendinnen op sterven ligt, en vooral niet als ze nog maar 16 jaar is. ‘Ze heeft nog maar een paar dagen,’ ‘Ze haalt het einde van de week niet.’ werd er deze week allemaal gezegd.

En die ene keer… ik liep naar m’n les, ik kwam I. tegen; huilend. Dus ik vroeg wat er aan de hand was, ze zei dat er een meisje… de rest heb ik niet eens gehoord, ik wist gelijk waar het over ging, eerder gezegd, over wie het ging. Een paar andere vriendinnen stonden boven, dus ik liep naar ze toe, en ik vertelde het, ze stelden me gerust met het feit dat we het niet zeker wisten, dus ik moest nergens vanuit gaan. Toen ben ik naar de wc gelopen en daar kreeg ik het hele verhaal uitgelegd van I. En omdat mijn andere vriendinnen les hadden, en ik I geloofde, ben ik naar hun lokaal gelopen, gevraagd of ik mocht storen, en heb het hun ook uitgelegd, J. die het in haar eigen klas had gehoord, kwam bij mij staan, en zei dat het waar was.

Huilen, ja wat denk je… We dachten allemaal hetzelfde. Ze is er niet meer… Ik liep met een van m’n vriendinnen naar buiten, even wat frisse lucht. We lopen, en lopen, en staan stil. Praten, en huilen over het meest logische gespreksonderwerp van dat moment, en ineens krijgt ze een smsje: Het is niet waar. We denken allebei hetzelfde. Wat? Niet waar? Hoe kan dat? We lopen terug, en vragen. Het blijkt zo te zijn, dat dit al de 3e keer is dat het wordt gezegd. Een bepaald persoon heeft het verzonnen. Ik heb nog nooit zo graag iemand willen slaan dan als op dat moment. Verdomme, wat waren wij boos. Om eerlijk te zijn ben ik nog steeds hartstikke boos.

Wat ik nu weet is dat ik haar nooit meer zal zien, ze kan elk moment overlijden, en ik kan niet bij haar langs. Ik weet niet eens of het mag. Waarop ik nog steeds een klein beetje hoop heb gevestigd is op een wonder. Hopen is het enige wat je kunt doen in deze bizarre tijd. Ze is uit coma en ze is helemaal bij, je zou zeggen dat het goed kwam. Alleen het is wel zo, ze kan niks, ze kan zich niet bewegen. Ze kan niks.

09 september, 2007

Schoolreis, Gastgezinnen en Hoogtevrees…

Zwitserland, Engeland of thuis blijven, die keuzes had ik dit jaar, nouja eigenlijk alleen Engeland of thuis blijven, maar voor mij Zwitserland of thuis blijven. Het ging nogal moeilijk. Zwitserland zat vol, en naar Engeland wilde ik niet, de keus thuis blijven bleef eigenlijk alleen over. Maar dat wilde ik niet.

De dag voor de vakantie was ik op school. Ik kwam de schoolreisleider tegen, en hij vertelde mij dat hij zou regelen dat ik toch naar Zwitserland kon. De hele vakantie heb ik er niks van gehoord, dus ik wachtte in spanning af. Pas bij de voorlichting van de schoolreis kreeg ik te horen dat ik meeging naar Zwitserland.

Gastgezinnen, gezinnen die je als gast in huis nemen. Eigenlijk best raar als je er over na denkt. Je laat een compleet vreemd persoon zomaar in je huis, omdat hij of zij zo nodig op schoolreis moet. Je vertrouwt diegene volledig, terwijl je hem of haar niet eens kent. Je geeft diegene te eten, en hoopt dat hij of zij het lekker vind. Je spreekt zonodig een andere taal, als het moet.

Maar als je zelf de gast bent, is het ook vreemd. Je komt in een compleet vreemd gezin, of je dat gezin nou aardig vind of niet, je moet er een week blijven. Je moet die familie vertrouwen als jij overdag weg bent. Je moet het eten wat ze ’s avonds eten maar zien op te eten. Je spreekt hun taal, omdat ze je anders niet begrijpen.

Daar komt bij dat het voor gast en gastgezin allebei een nieuwe ervaring is, ook als je als gastgezin al vaker hebt meegedaan. Je hebt elk jaar weer een nieuw persoon in je huis. En daar moet je je maar mee zien te redden. Als gast natuurlijk ook, je moet je maar met je gastgezin zien te redden.

Berg, Mountain, Montagne, Berg

Bergen, bergen en nog eens bergen. En hoogtevrees… heb ik geen last van gehad. En hoe kan het dat je geen hoogtevrees hebt als je in de bergen staat, en wel hoogtevrees hebt als je op een flat staat, wat in vergelijking met bergen niks is.

Een flat staat in verbinding met de aarde, je bent bang dat je er van af valt. Bergen daarentegen zijn de aarde, en je kan gewoonweg niet van de aarde afvallen. Daar ben ik achter gekomen toen ik zelf in de bergen liep, in Zwitserland.

De Alpen, aan het begin van de reis werd er gezegd dat ze er wel zouden willen wonen, aan het eind van de reis was dat het omgekeerde geworden. Ze wilden er niet meer wonen. En dat kwam door de reis. Elke dag berg op, berg af, berg op, berg af… en ga zo maar door. Aan het eind van de dag was je moe en afgepeigerd.

In Zwitserland kunnen ze zich niet voorstellen dat in Nederland geen bergen zijn. Mijn gastgezin kon het zich in ieder geval niet voorstellen, ik wilde best uitleggen dat het enige wat we hebben molshopen zijn, maarja, hoe leg je zoiets uit in het Duits, of Engels.

02 september, 2007

‘Kapott’, ‘Hantee wassee’ en ‘Te klok, bim-bam, dees niet bim-bam’.

Dat is nou mijn achterneefje. Hij praat, een beetje onverstaanbaar – zoals je ziet – maar hij praat wel. Hij is 2, soms een beetje aan de drukke kant, zoals nu. Z’n moeder is boven, douchen. Z’n vader komt net thuis, m’n achterneefje rent meteen naar hem toe en springt z’n vader in de armen. Natuurlijk, hij wil al meteen weer op de grond staan en verder rennen.

M’n achterneefje trekt alle lades open, en doet ze ook weer dicht, versleept de hondenmand, en rent heen en weer door het huis, en ik… ik let rustig op hem, als hij uit het zicht is, loop ik hem achterna. 3x raden; ik loop veel. In geval van nood kan ik natuurlijk altijd even bellen, maar dat zal niet nodig zijn.
- hoop ik -

Over ongeveer een half uur – dat wordt 19.15h – gaan mijn nicht en neef weg, en blijven ik en m’n moeder alleen met hem achter. We hebben hem beloofd dat we een feestje gaan bouwen, niet dat hij dat verstaat, hij praat je toch alleen maar na. Hij weet niet eens wat hij zegt.

Ik ben 2 en ik zeg nee.

En hoe. Hij volgt waarschijnlijk mijn woorden ‘Gewoon keihard nee zeggen’. Alleen zegt hij het niet, maar gaat gewoon keihard huilen. Zou ik ook doen als ik zo klein was. Net als vrijdag, z’n ouders gingen weg, en ik mocht op hem passen, ik was niet alleen hoor, nee, ik had m’n moeder meegenomen, of eigenlijk is ’t andersom, zij had mij meegenomen.

Even terug naar het feit dat vrijdag zijn ouders weggingen, hij huilde, kort maar krachtig, 5 minuten, keihard. Het leek wel een half uur…Tsja, en als je dan klaar bent met huilen, wat dan? Nou, mijn achterneefje heeft daar een oplossing voor gevonden, hij begint gewoon te praten.

En vrijdag begon hij over een klok. ‘dees niet bim-bam’ oftewel, de klok hier in huis doet geen bim-bam, en de, zoals hij het noemt, toweklok doet wel bim-bam.

Vrijdag avond: 20.00h, bedtijd voor m’n achterneefje. Maar eerst… ‘opruime, è daanaa naa bett’ daarna naar bed ja. En omdat hij nu moet gaan slapen, maar nogal druk is, moet ik maar even voordoen hoe je moet gaan slapen. Ben maar op de bank gaan liggen, 1 oog dicht, en het andere open. Toen kwam het hij eraan, en gaf mij – mij – z’n knuffel. Vet lief!


Zaterdag ochtend, 7.00h, je wordt wakker met een ‘ooh jee’. Daarna toch maar weer verder gaan slapen, dan om 9.00h: ‘Ja, Yvonne is een slaapkop.’ ‘slaapkop’.En om 10.00h ben ik dan toch maar naar beneden gegaan, wie komt er op je af rennen onder het gebrabbel van ‘dees niet bim-bam’? Ja inderdaad, m’n achterneefje.

Pakt speelgoed uit de zo geheten speelgoedkist, een auto. Ik wist het, mannen voelen zich van jongs af aan al aangetrokken tot auto’s. Z’n moeder vraagt van wie hij die speelgoedauto heeft gekregen en het volgende gesprek komt op gang: ‘tantee soll’ ‘en wie is tante Sol?’ *wijst naar mij* ‘is dat tante Sol?,’ ‘nè’ ‘wie is dat dan?’ ‘yvonnnè’ ‘wie is tante Sol dan?’ *m’n achterneefje wijst naar m’n moeder* ‘dá iss tantee soll’ !

Ik zal je nog vertellen dat ik daar was van vrijdag tot en met zondag, 3 dagen en 2 nachten, en vanochtend werd ik wakker onder het gebrabbel van ‘yvonne wakkée wowdee’. Hij kroop op m’n bed, en begon over me heen te kruipen, op me te springen, nou ik zal je zeggen; daar wordt je wel wakker van. Maar omdat het nog maar 8.00h was, zei ik: ‘Ik ga nog even slapie doen.’ ‘swapiee doenn’ krijg je dan terug.

Kinderen. Ik wil er zelf ook een paar, later als ik ouder ben wel te verstaan.